zondag 23 januari 2011

KLOOSTERLEVEN

Geerten Meijsing aan het werk in Serra San Bruno.
Vergelijk: 'Van Calci reed Erwin naar het Zuiden. Via Morano, Nicastro en Soverato kwam hij vanzelf in Serra San Bruno terecht, waar het klooster in een vruchtbare kom van de Aspromonte als een rustpunt op hem lag te wachten,'  (Michael van Mander, p. 298)
'Van de dagen en nachten zag Erwin evenveel: tussen de completen en de lauden was hij het meest actief. Deze uren van de nacht zat hij bij zijn lamp, terwijl het koude raam oplichtte als dof niello: de bergen vloeiden ineen naar de horizont toe: ze leken zich in koude kleuren te verwijderen, met boomwolf in elkaar overgaande meetse tinten: pagus nemorosus in schiacciato. Stentato: het krassen van zijn pen vulde de kamer, hij hoorde het tikken van zijn lamp luider dan de scherpe knokkeltik van de prior op de koorbank om het einde van de meditatie aan te geven.' (Michael van Mander, p. 306 /307)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen