zondag 1 augustus 2010

PRIMAVERA

'... In Wildschut worden onze bange twijfels gelogenstraft doordat Meijsing een entree maakt, geheel in overeenstemming met zijn zelfgeschapen mythe: om tien over half negen parkeert een glanzend rode Snoek feilloos op de enige open plaats vlak voor het café, en een man in trenchcoat met pijp en koffertje stapt uit.
Zo zitten we even later naast de schrijver die van beslissende invloed was op smaak en levenshouding van onze adolescentie. Geerten Meijsing blijkt een soave, beschaafde en vriendelijke jongeman te zijn, geheel gespeend van de norse arrogantie en misanthropie waarmee hij zich in zijn letteren graag omkleedt.
We bespreken literatuur en muziek, drinken Vieuxtemps (door mij zonder bijbedoeling [sic!] voorgesteld) en kunnen het heel best vinden. Zo goed zelfs dat hij mijn voorstel om bij ons thuis nog grappa te drinken aanneemt en tot twee uur in toenemende losheid en vriendschappelijkheid met ons verkeert.'

Geerten herinnert zich die eerste ontmoeting, in de lente van 1988, trouwens heel anders. Hij mailde me onlangs:

[...] Die rode DS, ach ja, wat was ik toen gelukkig! Daarin heeft Laura aan het stuur gezeten terwijl ik aan haar zat, in Toscane, met de kleine Zelda ben ik daarmee naar het geboortehuis van Giorgio gereden, de hoofdpersoon uit 'Levende Bezems'; het was de auto waarin ik met A. was - hoewel zij meer geassocieerd wordt met de bladgroene CX Pallas.

Overigens vond ik jullie maar rare vogels bij die eerste ontmoeting - bewonderaars doen het nooit erg goed bij de bewonderde. Maar dat blaadje 'Faun' (ik heb ze nog steeds, terwijl ik alle andere tijdschriften, ook met stukken van mijn hand, allang heb weggemieterd) maakte indruk op me. Sympathie voor jou is pas later gekomen, zeg maar in de tijd van mijn eerste grote val.'

(Uit: Dorst, door Jan-Paul van Spaendonck, ongepubliceerd)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen