zaterdag 21 augustus 2010

NAPOLITAANSE MANNEN

Op 28 juli j.l. overleed Alida Elvira Johanna Meijsing-Schouten. Om 'Maya', zoals ze door haar kinderen en kleinkinderen werd genoemd, te gedenken, plaatsen we hier een stukje dat Geerten Meijsing in 2001 schreef voor het tekstboekje van Fuoco: een cd vol Napolitaanse liederen van het duo La Passione.

NAPOLITAANSE MANNEN

Een paar jaar voor de oorlog was mijn moeder in Napels, en wat daar zoal bij hoort: de eilanden Capri en Ischia, het schiereiland Sorrento en de Amalfitaanse kust, eigenlijk het hele zuiden, want was de Griekse kolonie niet eens de hoofdstad van het Koninkrijk der beide Siciliën geweest?
'Beide Siciliën' - dat heeft mij altijd geïntrigeerd.
Napels in en na de oorlog is een heel ander verhaal. De Amerikaanse soldaten die in 1943 daar rechtstreeks uit Idaho gedropt werden, zagen voor het eerst echte mensen, in al hun tragiek, feestelijkheid en menselijkheid. Zij kwamen tegelijk met de ziel en met de onderbuik van het mensdom in aanraking.
Van alle moderne steden is Napels ongetwijfeld de moeder van alle steden, zoals de Middellandse Zee de moeder en het bekken (met alle seksuele connotaties) van onze beschaving is. Het antieke Napels en het Napels van nu zijn weer een ander verhaal, wat hoor ik: Napels is de stad van de toekomst!
Wat mijn moeder daar, vlak na haar eindexamen en voor het menens werd, allemaal tegenkwam, weet ik niet. Wel dat het de gelukkigste tijd van haar leven moet zijn geweest. Mondjesmaat vertelde zij ons over haar onschuldige belevenissen. In Napels kon je op straat puntzakken spaghetti kopen, die je net als een haring in je keel liet glijden. De pizza kwam uit Napels, en daar hoorde, behalve tomaat en buffelkaas, alleen ansjovis op te zitten; pizza at je 's nachts, na het dansen, een maaltijd was het niet. In Napels kon je rode schijven watermeloen, druipende brokken kokosnoot en
torrone kopen. Álles werd in Napels te koop aangeboden. In Napels deed je alles op straat - daar was geen verschil tussen buiten en binnen. De baai van Napels was één groot amfitheater voor het eeuwig van kleur en atmosfeer wisselende water van de zee. Bij klaarlichte dag kon het in Napels onweren: pas later begreep zij dat dit geluid door de Vesuvius achter de stad werd gemaakt. De vulkaan bracht het bloed van de Napolitanen tot kookpunt - zij waren even snel met kussen als met messen, vertelde mijn moeder. In Napels leefde je alsof elke dag van je leven de laatste kon zijn. Mijn moeder had altijd wel in die roes willen leven, vertelde zij later.
Mijn moeder vertelde ons over de
lampadari, vissers die 's nachts met carbidlampen de zee opgingen, over het zoute water, en zwarte inktvissen, over een markt vol levende zeedieren, over drankjes die alleen daar zo lekker smaakten, zoals het sap van granaatappelen, omdat je daar altijd dorst had.
Haar hele leven heeft mijn moeder dit heimwee naar Napels behouden. Een heimwee dat zij van de Napolitanen zelf had overgenomen, want die versmachtten ook hun hele leven van de heimwee: naar het roemrijke verleden, naar de verloren rijkdom, naar hun eigen goddelijke voedsel, naar vrouwen en vriendschap, naar de schoonheid van hun lelijke stad, naar de zee en de verte, hoewel ze voor geen goud hun stad zouden verlaten. Het meest smachtten ze nog naar zichzelf en naar hun eigen moeder.
Het verlangen van Napels is het verlangen naar de moeder. De grootste hartstocht is dit allesomvattende en nooit ingeloste verlangen: daaruit gist het vulkanische bloed en de kokende passie die, behalve in seks en bloed en misdaad en heiligenverering, slechts uitdrukking kan vinden in het lied. Het Napolitaanse lied - dat zou een tautalogie zijn.
Zo lang het lied gezongen wordt, kan men zich even verzoenen met de pijn van dit verlangen. En anderszins wordt de hartstocht altijd opgeroepen door het zingen van dit lied. Deze liederen zijn heel oud en altijd weer nieuw: zij gaan over het begin en over het einde, en vooral over het korte moment daartussenin, wanneer alles op zijn hevigst gevierd moet worden, ten goede en ten kwade. Want dit korte heden is alles wat we hebben en duurt niet langer dan een lied.
Mijn moeder is inmiddels hoogbejaard. Over Napels kun je haar altijd aan de praat krijgen, want die stad verdwijnt niet en verandert niet, ook al veranderen wij zelf en weten wij dat we spoedig zullen verdwijnen. Mijn moeder heeft zo vaak verzucht dat ze sinds Napels nooit meer een echte pizza heeft gegeten. Laatst vertelde ze, tot verbijstering van haar man en haar zonen, dat alleen echte mannen een gouden kettinkje met een gouden kruisje om hun hals dragen. Napolitaanse mannen. Onder haar verstandige kleren draagt ze zelf zo'n kruisje, waarvan niemand de oorsprong kent.

Geerten Meijsing

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen