woensdag 17 oktober 2012

Over "De hoveling"

(Onderstaande reactie op de inzending van 15 oktober ontvingen we van Geerten Meijsing.)

Helemaal waar, schuld van mijn slordige haast, waarvoor excuus. Anderzijds wilde ik het toch al getergde publiek niet ook nog eens trakteren op een verhandeling over de oorspronkelijke personages, de fictieve feestdagen zelf met het ‘spel’ – moeilijk kort samen te vatten voor een hedendaags gehoor - , de nostalgische terugblik waarmee Baldassare Castiglione zijn boek in Mantua geschreven heeft en het immense Nachleben ervan, inderdaad vooral aan het Elizabethaanse Hof.
Daarentegen dateert mijn fascinatie voor De hoveling wel degelijk van een liftreis in de winter van 1968 naar de voormalige stadstaat Urbino, waar ik onmiddellijk wilde wonen en studeren. Uit de schitterende studiolo (zie filmpje) van de Hertog Federico da Montefeltro (inderdaad: die met het stukje uit zijn neus, omdat hij aan één oog blind was) heb ik mij nooit meer kunnen losmaken.
Overigens ging het J&C – in zake Keith en mij – met name om de curieuze wisselwerking tussen de poëtica van de hoveling en de retorica als voorbereiding op een, ook in morele zin, ‘ideale levensstijl’ – een gegeven waarop mijn betreurde vriend Jan-Pieter Guépin later is ingegaan in zijn boek De beschaving.
Maar wacht: mijn eigen roman Wellevenskunst moet nog verschijnen! Daar wordt het ‘spel’, verrijkt met elementen uit Das Glasperlenspiel van Hermann Hesse, nog eens over gedaan, op andere wijze, met duistere intriges omweven, in de moderne tijd, door een illuster gezelschap dat te gast is in de Villa van Contessa Maria Gaddi-Peppoli aan het meer van Massacciùccoli, op uitnodiging van…
Ziet u wel? Reeds te veel informatie in dit kort bestek, en te veel verklapt.


 Geerten Meijsing

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen