vrijdag 10 augustus 2012

BRIEF UIT HAARLEM

Haarlem, 9.VIII, 2012

Beste Geerten Meijsing,

Brutaal en plompverloren, zoals de digitale mores het voorschrijft, val ik bij u binnen om u te zeggen dat uw boek De ongeschreven leer mij geruime tijd in zijn ban heeft gehouden.

Mijn naam is Hans Hoffmann. Ik ben gepensioneerd journalist van Het Vrije Volk met belangstelling voor filosofie, van huis uit Hagenaar maar al een halve eeuw wonend in Haarlem.

Op een sportschool in die stad heb ik ruim een jaar geleden tot mijn genoegen kennis gemaakt met uw broer Joep, die mij een tijdje terug desgevraagd uw boek leende en mij ook uw e-mailadres gaf.

Geboeid en gefascineerd heb ik uw magnum opus (?) gelezen. Een indringende ervaring, maar u hebt het mij niet gemakkelijk gemaakt. In de eerste plaats is het een (prachtig vormgegeven) ouderwetse pil die zich lastig laat vasthouden. Pas gaandeweg kreeg ik er greep op. Dat gold, in de tweede plaats, ook voor de inhoud. U noemt het produceren van uw boek in het voorwoord een ‘krankzinnig project’. Ik kan u verzekeren dat ook het lezen van DOL een dol makende inspanning vergt. Ik overdrijf, maar de roman stelt het bevattingsvermogen van de eenvoudige lezer, van mij dus, wel degelijk serieus op de proef.

U vraagt mij u te volgen op een mystieke zoektocht naar een filosofisch geheim met de belofte dat mij daarin de eerste en laatste beginselen zullen geworden, dat ik het licht van de waarheid zal zien en de steen der wijzen zal vinden. Ik moet u teleurstellen. Die grondeloze genoegens heb ik niet mogen smaken. Ik heb gedwaald door een duizelingwekkende doolhof vol mensen, getallen en voetnoten, die ik niet tot in alle uithoeken heb weten te verkennen, maar die door zijn spectaculaire karakter en vernuftige constructie diepe indruk op mij heeft gemaakt. Uw verbluffende kennis van de klassieke wijsbegeerte en uw jaloers makend meesterschap over taal, stijl en vorm deden mij bovendien gloeien van leesgenot. Uw schrijfkunst kende ik trouwens al uit uw andere werk.

Iemand die uw schrijfkunst ook kende en waardeerde was LOUIS FERRON. Een jaar voor zijn dood in 2005 interviewde ik hem ten behoeve van een gedenkboek over de honderdjarige geschiedenis van boekhandel De Vries, u weet wel, op de hoek van de Jacobijnestraat en de Gedempte Oude Gracht in Haarlem. Bij die gelegenheid vertelde Louis mij dat u 'zonder meer' paste in de literaire traditie van de Haarlemse School, een door hemzelf bedachte letterkundige stroming die hij bij BILDERDIJK, zich noemende graaf van Teisterbant, liet beginnen en 
De schrijvende leden van Teisterbant, Lili van Cleeff, 1957

waarvan verder grote jongens als BEETS, VAN SCHENDEL, VAN DEYSSEL, BOMANS en MULISCH deel uitmaakten. Een niet geringe eer dus om te 'passen' in dit illustere gezelschap. Je moest dan, volgens Ferron, ‘met je ene been in de groot-burgerlijke traditie van Bildung staan, van belezenheid en vorming dus, en tegelijk een teen van je andere been in het anarchistische water steken.’ En je moest natuurlijk Haarlemmer zijn, want die school van Ferron heette niet voor niets Haarlems. ‘Haarlem,’ zo zei hij tegen mij in ons gesprek voor dat eeuwboek van De Vries, ‘is niet kosmopolitisch zoals Amsterdam, maar een provinciegat, aangrijpend in geringheid, en wil dat weten, sterker, is daar trots op. Ik vind dat een kwaliteit. Maar het kan ook moordend zijn. Als je niet een druppel extremistisch bloed in je hebt, zit je in Haarlem op een dood spoor. Is die er wél en mengt hij zich met het provincialisme van de stad, dan ontstaat een mix waar genieën in gedijen.’

Ook uw helaas overleden zus Doeschka, die ik voor hetzelfde boek interviewde en die een liefdevol, bijna poëtisch portret van de boekhandel, de stad, zichzelf en u, haar jongere broer, schetste, mocht van Louis Ferron delen in de luister van de Haarlemse school, zij het iets minder dan de ‘Italiaan’ Geerten, omdat hij ‘niet alleen de vereiste burgerlijke achtergrond bezit, maar in zijn boeken ook het extreme, het dandyisme zoekt.’ U mocht overigens, hoewel de jongste, de rij van de Haarlemse school niet sluiten. Dat deed Louis zelf, daar stond hij op.
‘Als er een Haarlemse school is, ben ik de laatste vertegenwoordiger. Tot nader order.’ Op 26 augustus 2005 stierf hij, en met hem de Haarlemse school.

Zojuist zag ik, bladerend door de berichten op de website Vrienden van de Vorm, dat u vandaag jarig bent. Van harte gefeliciteerd! Ik zag ook hoe je vriend van de stichting kon worden. Dat heb ik gedaan. Als een cadeau voor uw verjaardag en als blijk van mijn bewondering voor uw werk.

Ik wens u het allerbeste.

hans hoffmann, haarlem

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen