woensdag 22 december 2010

10.000


10.000 hits sedert de oprichting van dit blog. En daar zijn we best een beetje fier op. Het zijn geen Geen Stijl-cijfers, maar toch toont de score aan dat we gelezen en gevolgd worden, en daar is het de blogger natuurlijk om te doen.
Iemand vertelde ons dat we het enige blog in Nederland zijn, gewijd aan een nog levende schrijver. We moeten dat nog eens controleren, maar ook al is dat niet zo: erg veel andere zullen er niet zijn.
We danken onze lezers, we danken vooral onze trouwe medewerkers en reageerders.
Graag blijven we bijdragen ontvangen, want eerlijk gezegd, de spoeling in onze voorraden wordt dun. Heeft u iets te vertellen over een Meijsing- of Joyce & Co-boek? Stuur het ons op, zodat we door kunnen gaan naar de 100.000 hits.

Robert Eksteen, Jan-Paul van Spaendonck 

maandag 13 december 2010

Kuifje (4)

Stelling: de kalender Literair 2011 – een reis door mijn boekenkast is de pendant van de roman Siciliaanse vespers, samen vormen beide werken een tweedekker zoals er meer zijn in het werk van Meijsing. Voor het Aha-moment zorgde het citaat van Jan Wolkers ‘Haar tepels sprongen op tegen zijn borsthaar als kikkers in een kokosmat’ (vrijdag 21 januari), dat ik terugvond op pagina 206 van Siciliaanse vespers als ‘Haar harde tepels zonken in zijn behaarde borst als kikkers in een kokosmat’. Wolkerskenners mogen mij vertellen welke van beide versies juist is – vermoedelijk de laatste. Ook twee van de Kuifje-citaten van de kalender (van 2 en 8 februari) keren terug in Siciliaanse vespers, in een gesprek tussen Erik-Jan en Lee:


“‘Zonderlinge plaats om een horloge te regelen?’ ‘De scepter van Ottocar.’ […] Lachend citeerde Wolf verder uit [Het zwarte goud]: ‘Donkere onweerswolken trekken samen boven Europa. De wereld is een kruitvat dat elk moment kan ontploffen.’”(p. 47-48).


Opmerkelijk genoeg kent de aanhaling uit De scepter van Ottokar hier het (juiste) woord ‘regelen’, waar op de kalender ‘op te winden’ staat. Wel geeft de kalender de correcte spelling ‘Ottokar’.


Siciliaanse vespers is onder meer, net als Literair 2011, een reis door de boekenkast van de schrijver. Onder meer, want de roman is natuurlijk breder, dieper en gelaagder dan de kalender. Alleen al het herinneringsaspect gaat veel verder: thema’s en motieven uit Meijsings werk keren, vaak uitbundig of nadrukkelijk, terug; personages uit zijn boeken komen voorbij; schrijvers, citaten en titels (ook van Meijsings eigen romans) buitelen over elkaar heen; en daartussendoor loopt Kuifje. Het mag zo zijn dat des schrijvers jeugdboeken “inmiddels verhuisd [zijn] naar de kamer van mijn dochter” (Stukwerk, p. 21), in diens werk lijkt Hergés schepping de laatste jaren alleen maar vaker de kop op te steken.


Naast de geciteerde passage komt Kuifje nog een keer prominent aan bod in Siciliaanse vespers, op pagina 105-106. We bevinden ons dan in het tweede deel van het boek, dat voornamelijk bestaat uit de brieven en e-mails tussen Erik-Jan en Lee. De oudere brieven van Erik-Jan worden steeds voorafgegaan door een plaatje uit een stripverhaal, en op de genoemde pagina’s komen de plaatjes twee maal uit een Kuifje-album – uit Het gebroken oor, om precies te zijn. De tweede keer wordt aan het begin van de brief geciteerd uit, opnieuw, De scepter van Ottokar:


“Eik benik, eik blavek, zoals het motto van de koning van Syldavië luidt, door een onbetrouwbare Oostbloktolk vertaald als: ‘Wie goed doet, goed ontmoet.’”


Ook Erik-Jan had blijkbaar zijn Kuifjes niet bij de hand.

Terug naar Literair 2011, waarvan nog één Kuifje-citaat niet besproken is. Op 15 november lezen we: “Indien ik slechts een wapen had!” met als bronverwijzing “Uit Het geheim van de Eenhoorn, 1943”. Dit citaat trekt een klein spoor door het werk van Meijsing. Het valt al in ‘De tijd, de namen en de dingen (1)’ uit 1971:


“Hetzelfde deed ik met de complete avonturen van Kuifje door Hergé, m.i. de beste scenariohandboeken voor dramaturgen die ooit geschreven zijn, doorspekt met onvergetelijke exclamaties als: ‘Indien ik slechts een wapen had!’” (Erwins echo, p. 68)

In 1992 publiceerde ik een artikel over Kuifje bij Joyce & Co. De herkomst van ‘Indien ik slechts een wapen had!’ kon ik niet thuisbrengen, waarop ik het maar tot titel van het artikel bombardeerde. Maar Meijsing leek zelf hulp te bieden. In Tussen mes en keel valt het citaat opnieuw, dit keer mét bronverwijzing:

“‘Indien ik slechts een wapen had!’ zo verzuchtte ik. ‘Kuifje in De scepter van Ottokar, oude versie!’ bracht Kirchner het citaat meteen thuis.” (p. 181-182)

De hele Scepter van Ottokar doorgeploegd. Niets gevonden. Oude druk opgespoord. Niets gevonden, ook geen tekstuele verschillen overigens. En dan dus de nieuwe bronverwijzing, op Literair 2011, naar Het geheim van de Eenhoorn. Maar ook in dit album is het citaat niet te vinden. Bij toeval stuitte ik op een andere mogelijke bron, Cokes in voorraad. De context laat ik even voor wat ze is, maar op pagina 34 roept Kuifje, in een penibele situatie: “Had ik maar een wapen!” Cokes in voorraad behoort zeker tot de albums die Meijsing kent (zie bij voorbeeld de scène in ‘l’Art ou les caresses’ waarin Erwin zijn ontmoeting met Erica na het zien van een film vergelijkt met de ontmoeting tussen Kuifje en kapitein Haddock met generaal Alcazar aan het begin van Cokes in voorraad). Is het citaat wellicht anders in een oude druk? Nee. Niet in oude drukken, niet in de versie in het Kuifje-weekblad, niet in de Katholieke Illustratie. Het citaat bestaat niet, althans niet als Kuifje-citaat. Wel, inmiddels, als Meijsing-citaat.


(wordt ongetwijfeld nog ooit vervolgd, maar niet binnenkort)


Jack van der Weide

woensdag 8 december 2010

Huizen van Meijsings jeugd


Foto van mijn overgrootvaders huis, Joseph Bori, aan moeders kant, in de Spessart; de 14 beelden zijn door hem zelf gemaakt; hij kwam uit Baskenland oorspronkelijk.







Foto van het huis van en gebouwd door mijn grootvader David Meijsing: van binnen was alles achthoekig, ook de meubels en de lampen; ik had nog een tafeltje uit dat huis in mijn jongenskamer, maar dat kon je nooit tegen de muur schuiven, daarom heb ik er maar een zijde afgezaagd; hij ontwierp ook meubels, zoals elke architect in die tijd. Poorterslaan, Eindhoven.




Foto van mijn geboortehuis in Eindhoven, Mauritsstraat.


Geerten Meijsing

zaterdag 4 december 2010

Vader en dochter aan tafel



Geerten en Iris Meijsing, klaar voor de frutti di mare, september 2007

woensdag 1 december 2010

Huisregels Joyce & Co.



Maar weer eens een kijkje in de keuken van het schrijverscollectief: de huisregels, keurig uitgetypt en in een schriftje geplakt. Veel van dit materiaal is uiteindelijk in Erwin terechtgekomen, maar toch leuk voor de liefhebber. In feite wordt hier de gangbare bibliografische methode uiteengezet, zoals die voor de meeste onderzoekers in de letterkunde geldt.

Valt bovendien nog op, naar aanleiding van enige discussie die wij op de redactie hebben gehad, dat de naam van de firma zonder puntje geschreven is, niet dus als in de titel van dit bericht. De meningen over de juiste schrijfwijze zijn enigszins verdeeld.

(RKE)