dinsdag 18 september 2012

ERWINDAG


Viering 40ste Erwindag met Geerten Meijsing op vrijdag 5 october te Haarlem


Schrijver Geerten Meijsing maakte zijn romandebuut met Erwin 5 october 1972. Op genoemde datum is Erwin Charles David Garden 'onder de meest kiese omstandigheden' op de leeftijd van 22 jaar overleden. Sinds 1972 wordt 5 october daarom in intieme kring herdacht als 'Erwindag'.

Op vrijdag 5 october aanstaande is het voor de 40ste keer Erwindag, en stichting Vrienden van de Vorm wil daarom dit jaar Erwindag in grotere kring vieren. De festiviteiten zullen plaatsvinden in de Vishal aan de Grote Markt te Haarlem (naast de Grote of St. Bavokerk), in aanwezigheid van Geerten Meijsing zelf. Het programma vangt aan om 18h00.

Tijdens de avond zal Wim Vogel, voormalig recensent van het Haarlems Dagblad, een interview afnemen met Geerten Meijsing. De schrijver zelf zal een voordacht houden, zanger Jan-Paul van Spaendonck zal enkele liederen ten gehore brengen, en er zal een tweetal nieuwe publicaties worden gepresenteerd.

De avond is gratis toegankelijk voor alle Vrienden van de Vorm alsmede, tegen een bijdrage van 10 euro, voor andere belangstellenden. Na afloop van het programma, rond 20h30, is er gelegenheid om op eigen kosten mee te doen met een gezamenlijke Italiaanse maaltijd.

De officiële uitnodiging voor deze Erwindag zal in de komende week per post worden verspreid, maar u kunt zich nu al aanmelden via info@vriendenvandevorm.eu. Wij hopen veel lezers van dit blog op 5 october in Haarlem te mogen begroeten!    

Bestuur stichting Vrienden van de Vorm,
Thomas van Grafhorst / Taco de Kort / Steven Cras 

Stichting ‘Vrienden van de Vorm’, opgericht op 23 maart 2011, heeft tot doel 'het bevorderen van de aandacht voor het werk van de schrijver Geerten Meijsing, het ondersteunen van de schrijver om het creëren van nieuw werk mogelijk te maken en verder al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.". Meer informatie over de stichting kunt u vinden op www.vriendenvandevorm.eu

zondag 2 september 2012

PUMPKINS




Siciliaanse Vespers, blz. 82. Erik-Jan Provenier vertelt over het Piazza San Rocco in Ortigia dat pas in de late avond tot leven komt:

‘De meeste mensen kenden mij, omdat ik in de winter soms de muziek verzorgd had. Vroege Rolling Stones, soul van Ike Turner tot Bonnie Rait, tussendoor wat Traffic en Grateful Dead, de Pixies en Dead Kennedy’s, meestal eindigde ik met de Smashing Pumpkins om de meisjes op de tafel te krijgen. […] Om een door de zon bijna ondergesneeuwde behoefte van mij te bevredigen, draaide ik soms een nummer van Boudewijn de Groot, en veel Outsiders’.

Aan de hand van alleen al dit citaat valt een flink artikel te schrijven. Denk ik aan Meijsing en Traffic,  dan denk ik aan Eefje Wijnberg, die in Een meisjesleven Stevie Winwood omschrijft als ‘een verlegen schooljongetje, dat op zijn gitaartje tot het laatste moment voor het concert grepen oefende en accoorden zocht’. Denk ik aan Meijsing en de Outsiders, dan denk ik aan Lily uit Dood meisje, wier vader ‘VET’ gitaar speelde: ‘Wel eens van de Outsiders gehoord?’ Denk ik aan Meijsing en Boudewijn de Groot, dan denk ik onder meer aan Erwin die bij het vermaken van zijn bezittingen zegt: ‘Verder niets, er zijn alleen nog een paar dingen die ik voor mezelf houd omdat jullie er toch niets mee zouden kunnen beginnen: dat zijn mijn herinneringen aan de weinige momenten dat ik een beetje gelukkig was’ – een vrijwel niet te missen verwijzing naar het nummer Testament. En denk ik aan Meijsing en de Rolling Stones, dan denk ik aan Joyce & Co in het algemeen en bij voorbeeld aan een opmerking van de schrijver ‘dat in Erwin van blz. 201 t/m 215 de bijna complete songteksten van de Rolling Stones zijn verwerkt’. Zoals ik al ooit eerder heb betoogd: Meijsings opmerking zal ongetwijfeld overdreven zijn, maar ook iemand die niet vertrouwd is met het oeuvre van de Stones zullen in de genoemde pagina’s enigszins gewrongen zinnen opvallen als ‘Sinds ik jong was, moet u weten, was ik erg moeilijk te behagen en ik heb nooit een onderscheid tussen goed en kwaad gekend’ (Sitting on a Fence : Since I was young I've been very hard to please / And I don’t know wrong from right); en ‘Ze zei, liefje, mijn borsten zijn altijd open, je kunt je vermoeide hoofd er zo op laten rusten’ (Let it Bleed: She said my breasts, they will always be open / You can rest your weary head right on me).

Maar dan bands als Pixies, Dead Kennedys en The Smashing Pumpkins. Voor buitenstaanders drie bakken herrie, maar het ligt iets genuanceerder. Aan de Dead Kennedys hoeven de minste woorden vuil te worden gemaakt: de muziek stelt weinig voor en er is bij mijn weten geen ander verband met het werk van Meijsing. Heel wat intelligenter is het oeuvre van de Pixies, dat via Nirvana ook van grote invloed is geweest op de ontwikkelingen binnen de popmuziek van de laatste twintig jaar – maar dit terzijde. De enige (magere) link met Meijsing is een verwijzing in Tussen mes en keel naar The Breeders, een band die mede werd opgericht door bassiste Kim Deal van de Pixies. Voor misschien wel de interessantste naam van de trits, The Smashing Pumpkins, moeten we ten slotte opnieuw teruggaan naar Dood meisje, dat opent met motto dat ontleend is aan hun nummers Ava Adore: You will always be my whore / it’s you that I adore. De betekenis van dit motto voor de roman is weer een ander verhaal. Wie meer wil weten kan hier het lemma over Dood meisjes in het Lexicon van Literair Werken op naslaan.

Jack van der Weide

vrijdag 10 augustus 2012

BRIEF UIT HAARLEM

Haarlem, 9.VIII, 2012

Beste Geerten Meijsing,

Brutaal en plompverloren, zoals de digitale mores het voorschrijft, val ik bij u binnen om u te zeggen dat uw boek De ongeschreven leer mij geruime tijd in zijn ban heeft gehouden.

Mijn naam is Hans Hoffmann. Ik ben gepensioneerd journalist van Het Vrije Volk met belangstelling voor filosofie, van huis uit Hagenaar maar al een halve eeuw wonend in Haarlem.

Op een sportschool in die stad heb ik ruim een jaar geleden tot mijn genoegen kennis gemaakt met uw broer Joep, die mij een tijdje terug desgevraagd uw boek leende en mij ook uw e-mailadres gaf.

Geboeid en gefascineerd heb ik uw magnum opus (?) gelezen. Een indringende ervaring, maar u hebt het mij niet gemakkelijk gemaakt. In de eerste plaats is het een (prachtig vormgegeven) ouderwetse pil die zich lastig laat vasthouden. Pas gaandeweg kreeg ik er greep op. Dat gold, in de tweede plaats, ook voor de inhoud. U noemt het produceren van uw boek in het voorwoord een ‘krankzinnig project’. Ik kan u verzekeren dat ook het lezen van DOL een dol makende inspanning vergt. Ik overdrijf, maar de roman stelt het bevattingsvermogen van de eenvoudige lezer, van mij dus, wel degelijk serieus op de proef.

U vraagt mij u te volgen op een mystieke zoektocht naar een filosofisch geheim met de belofte dat mij daarin de eerste en laatste beginselen zullen geworden, dat ik het licht van de waarheid zal zien en de steen der wijzen zal vinden. Ik moet u teleurstellen. Die grondeloze genoegens heb ik niet mogen smaken. Ik heb gedwaald door een duizelingwekkende doolhof vol mensen, getallen en voetnoten, die ik niet tot in alle uithoeken heb weten te verkennen, maar die door zijn spectaculaire karakter en vernuftige constructie diepe indruk op mij heeft gemaakt. Uw verbluffende kennis van de klassieke wijsbegeerte en uw jaloers makend meesterschap over taal, stijl en vorm deden mij bovendien gloeien van leesgenot. Uw schrijfkunst kende ik trouwens al uit uw andere werk.

Iemand die uw schrijfkunst ook kende en waardeerde was LOUIS FERRON. Een jaar voor zijn dood in 2005 interviewde ik hem ten behoeve van een gedenkboek over de honderdjarige geschiedenis van boekhandel De Vries, u weet wel, op de hoek van de Jacobijnestraat en de Gedempte Oude Gracht in Haarlem. Bij die gelegenheid vertelde Louis mij dat u 'zonder meer' paste in de literaire traditie van de Haarlemse School, een door hemzelf bedachte letterkundige stroming die hij bij BILDERDIJK, zich noemende graaf van Teisterbant, liet beginnen en 
De schrijvende leden van Teisterbant, Lili van Cleeff, 1957

waarvan verder grote jongens als BEETS, VAN SCHENDEL, VAN DEYSSEL, BOMANS en MULISCH deel uitmaakten. Een niet geringe eer dus om te 'passen' in dit illustere gezelschap. Je moest dan, volgens Ferron, ‘met je ene been in de groot-burgerlijke traditie van Bildung staan, van belezenheid en vorming dus, en tegelijk een teen van je andere been in het anarchistische water steken.’ En je moest natuurlijk Haarlemmer zijn, want die school van Ferron heette niet voor niets Haarlems. ‘Haarlem,’ zo zei hij tegen mij in ons gesprek voor dat eeuwboek van De Vries, ‘is niet kosmopolitisch zoals Amsterdam, maar een provinciegat, aangrijpend in geringheid, en wil dat weten, sterker, is daar trots op. Ik vind dat een kwaliteit. Maar het kan ook moordend zijn. Als je niet een druppel extremistisch bloed in je hebt, zit je in Haarlem op een dood spoor. Is die er wél en mengt hij zich met het provincialisme van de stad, dan ontstaat een mix waar genieën in gedijen.’

Ook uw helaas overleden zus Doeschka, die ik voor hetzelfde boek interviewde en die een liefdevol, bijna poëtisch portret van de boekhandel, de stad, zichzelf en u, haar jongere broer, schetste, mocht van Louis Ferron delen in de luister van de Haarlemse school, zij het iets minder dan de ‘Italiaan’ Geerten, omdat hij ‘niet alleen de vereiste burgerlijke achtergrond bezit, maar in zijn boeken ook het extreme, het dandyisme zoekt.’ U mocht overigens, hoewel de jongste, de rij van de Haarlemse school niet sluiten. Dat deed Louis zelf, daar stond hij op.
‘Als er een Haarlemse school is, ben ik de laatste vertegenwoordiger. Tot nader order.’ Op 26 augustus 2005 stierf hij, en met hem de Haarlemse school.

Zojuist zag ik, bladerend door de berichten op de website Vrienden van de Vorm, dat u vandaag jarig bent. Van harte gefeliciteerd! Ik zag ook hoe je vriend van de stichting kon worden. Dat heb ik gedaan. Als een cadeau voor uw verjaardag en als blijk van mijn bewondering voor uw werk.

Ik wens u het allerbeste.

hans hoffmann, haarlem

zondag 5 augustus 2012

REISEBILDER




DEEL 4:  IN CONTACT MET FILMMAKER RENGER VAN DEN HEUVEL

Op deze vierde foto in de serie 'Reisebilder' zien we Geerten Meijsing wandelend met filmmaker Renger van den Heuvel, die het bestuur van stichting Vrienden van de Vorm vergezelde tijdens het bezoek aan de schrijver op Sicilië, in februari van dit jaar. 

Van den Heuvel, sinds 1982 bekend met het werk van Joyce & Co. en Geerten Meijsing, heeft het plan opgevat een documentaire te maken over het schrijversleven van Geerten Meijsing aan de hand van een reis van Amsterdam naar Syracuse : een schrijversportret in de vorm van een road movie. Het ligt in de verwachting dat plekken als Golino, Bellagio en Arsina een plaats in de film krijgen.

Renger van den Heuvel woont in Wenen en is aldaar werkzaam in de kunstwereld. Zijn debuutfilm VICTORY (2007) schetst een beeld van het leven in Moskou en de Sovjet-Unie in 1980, het jaar van de Olympische Spelen. De documentaire is in zeven landen vertoond, waaronder Nederland, Rusland en Italië, en ontving vele positieve kritieken. Naast de film over Geerten Meijsing werkt Van den Heuvel aan een documentaire over het toekomstperspectief van Russische jongeren in het verre oosten van Rusland, in het grensgebied met China.

Begin juli van dit jaar heeft Van den Heuvel een tweede werkbezoek aan Geerten Meijsing gebracht. Het plan voor de documentaire over de schrijver wordt binnenkort aan de omroepen voorgelegd. Zodra de film in productie gaat - liefhebbers van het werk van Meijsing kijken er ongetwijfeld reikhalzend naar uit ! - zult u daarvan via dit blog en via de website van de stichting op de hoogte worden gesteld.

Steven Cras 

donderdag 19 juli 2012

REISEBILDER



DEEL 3: PLANNEN SMEDEN

Deze derde foto uit de serie Reisebilder, van het bezoek van het bestuur van stichting Vrienden van de Vorm aan Geerten Meijsing, is genomen op zaterdagavond 4 februari j.l. in Osteria La Gazza Ladra, in de Via Cavour te Ortigia. In deze stelende ekster kan men een eenvoudige maar goede maaltijd gebruiken, en bovenal is de smaakvolle wijn er niet duur. Daar dronken we dus iets te veel van. Op de foto, v.l.n.r.: Taco de Kort (secretaris van de stichting), Renger van den Heuvel (filmmaker), Geerten Meijsing en Thomas van Grafhorst (voorzitter van de stichting).

Net als tijdens de rest van het weekend hebben we ook hier aan tafel veel gepraat over het reilen en zeilen van de stichting, en hebben we plannen gesmeed voor de toekomst. Een van die plannen hebben we nu nader uitgewerkt. Het betreft een ‘Vriendenavond’ op vrijdag 5 october aanstaande.

De datum van 5 october is niet zomaar gekozen, want Geerten Meijsing maakte zijn romandebuut met Erwin 5 october 1972. Lezers van dit blog zullen er genoegzaam mee bekend zijn dat op genoemde datum Erwin Charles David Garden onder de meest kiese omstandigheden op de leeftijd van 22 jaar is overleden. Sinds 1972 wordt 5 october daarom herdacht als 'Erwindag'.

Dit jaar is het voor de 40ste keer Erwindag, en het bestuur van stichting Vrienden van de Vorm heeft daarom besloten deze dag op bijzondere wijze luister bij te zetten. Daartoe organiseert het bestuur een Vriendenavond op 5 october 2012 in Haarlem, de bakermat van Joyce & Co. en de stad waar Erwin ten doop is gehouden. Het programma, waarbij Geerten Meijsing aanwezig zal zijn, zal aanvangen rond zes uur en zal een kleine drie uur duren; de avond zal gratis toegankelijk zijn voor alle Vrienden van de Vorm alsmede, tegen een bijdrage in de kosten, voor belangstellende buitenstaanders.

De officiële uitnodiging en het programma voor de Vriendenavond zullen begin september worden verspreid, maar u kunt zich nu al aanmelden of inlichtingen inwinnen via info@vriendenvandevorm.eu. Begin september zullen via dit blog nadere details over de Vriendenavond bekend worden gemaakt.

Steven Cras

donderdag 5 juli 2012

REISEBILDER

DEEL 2: EEN FRISSE DUIK NA BESLOMMERINGEN OP HET UFFICIO POSTALE CENTRALE

Deze tweede foto in de serie 'Reisebilder' is genomen op zaterdagmiddag 4 februari jl aan het strand bij de Riserva naturale orientata Oasi Faunistica di Vendicari, het beschermde natuurgebied tussen Noto en Marzamemi waarvan ik eerder op dit blog melding heb gemaakt. Geerten Meijsing staat in gezelschap van het bestuur van stichting Vrienden van de Vorm, dat hem in het weekend van 3-5 februari 2012 op Sicilië een bezoek bracht. V.l.n.r.: Thomas van Grafhorst (voorzitter), Taco de Kort (secretaris), Geerten Meijsing en Steven Cras (penningmeester).

De duik in de Ionische zee - geschatte temperatuur op deze februari dag: 8-10 graden celsius - was in alle opzichten heerlijk verfrissend na de beslommeringen die morgen op het Ufficio Postale Centrale van Syracuse. Wij - het bestuur en Meijsing, alsmede de ons vergezellende filmmaker Renger van den Heuvel - waren daar heengegaan om de boekjes met de Zendbrief aan de Vrienden van de Vorm aan de gouden en gewone vrienden van de stichting te verzenden. Zoals ik in mijn vorige bijdrage heb gemeld, had de schrijver die boekjes de dag ervoor in Noto en Syracuse genummerd en gesigneerd. Teneinde er geen misverstand over te laten bestaan dat de boekjes vanuit Syracuse werden verzonden, wilden we een stempel van het postkantoor in de boekjes laten zetten. Dat was bij een vorige gelegenheid - het verzenden van de boekjes met het zeer fraaie Waar ben ik? Ik ga naar huis! - ook gelukt, dus wij verwachtten dienaangaande geen probleem.

Niets bleek echter minder waar: vanwege nieuwe richtlijnen en protocollen uit Rome mochten postkantoren hun stempels uitsluitend nog gebruiken voor officiële doeleinden, met name om zegels af te waarderen. Gebruik van een stempel als "herinneringsteken" was echter volstrekt uit den boze, zo werd ons door de capoufficio van het Syracusische hoofdpostkantoor te verstaan gegeven. Na veel heen en weer gepraat, waarbij Meijsing's onderhandelingsvaardigheden en zijn beheersing van het Italiaans goud waard bleken te zijn, vonden we uiteindelijk een oplossing. Deze bestond erin dat we in de boekjes een extra zegel zouden plakken, welke dan door middel van een stempel zou worden afgewaardeerd. Aangezien echter postbeambten, die de betrokken enveloppen bij een mogelijke routinecontrole zouden openen, in verwarring zouden kunnen worden gebracht door het zien van een zegel en een stempel binnen in het boekje, diende Meijsing als auteur van het boekje bij elke stempel met de hand een vaststaande, door het hoofd van het postkantoor aangegeven formule te schrijven om de nodige "uitleg" te verschaffen: Si richiede l'apposizione del timbro postale per la data certa del 4 febbraio 2012. Documento unico formato da pp. 36. Geerten Maria Meijsing.

Zo geschiedde. Daar de additionele zegels behoorlijk op onze begroting drukten en het schrijven van telkens dezelfde formule Meijsing geen onverdeeld plezier opleverde, hebben we besloten om een en ander uitsluitend toe te passen in de boekjes voor de gouden vrienden. In de boekjes voor de gewone vrienden hebben we waar mogelijk een ticket met een nummer uit de volgnummerautomaat van het Syracusische postkantoor gestopt.

Door al deze handelingen duurde het oponthoud op het postkantoor uiteindelijk veel langer dan gepland, maar het resultaat mocht er zijn: boekjes die overduidelijk vanuit Syracuse zijn verzonden - en waarvan enkele exemplaren direct de status van collectors item hebben verworven.

Steven Cras